Met korte tussenpozen duiken fel toegetakelde lijken op in het Brusselse straatbeeld. Nu zomaar op willekeurige plaatsen, zo blijkt, maar specifiek gepositioneerd. De wat starre politie bijt er haar standen op stuk en zet zelfs een van haar leidende figuren aan de kant. Tegen die achtergrond zijn ook enkele privédetectives aan het werk, Keller Brik en Gwen Van Meer.
Die privédetectives hebben hun eigen zaakjes af te handelen en doet dat soms op onorthodoxe wijze. Het kan niet anders of ze raken ook verwikkeld in het grotere mysterie van de zwaar verminkte doden die hier en daar opduiken. Het lijkt wel of ze na hun aardse bestaan nog een verhaal uit te beelden hebben. Een verhaal waar kop noch staart te krijgen is.
Zowel de politie als de beide privédetectives circuleren door de Brusselse boven- en ondergrond op zoek naar meerdere moordenaars die er alvast in slagen hen meermaals op het verkeerde been te zetten. De privédetectives ogen uitermate hedendaags en schuwen daarbij minder klassiek gedrag niet.
De extreem toegetakelde lijken bezorgen alle betrokkenen kopzorgen (en de lezer spannende momenten), maar vreemde moorden moet je dan misschien ook maar op minder gebruikelijke wijze proberen oplossen? Geluk, of noem het afgedwongen toeval, spelen hierbij ook een rol.
2.16.1.2
Ondertitel: "Een reeks macabere moorden houdt de stad in zijn greep".
2.16.1.2