In 2023 is Bosland uitgeroepen tot ‘Nationaal Park van de Lage Kempen’. Het bestrijkt een openbaar en groot bosrijk gebied van meer dan 5000 ha in het noordwesten van de provincie Limburg. De participerende gemeenten zijn Lommel, Hechtel-Eksel en Pelt. Van circa het jaar 1000 tot vandaag vertelt de auteur over de evolutie van de natuur in zijn stad Lommel en haar buurgemeenten. Hij werkt hiervoor chronologisch en met een thematische beschrijving van het bos en het groen. Zo bespreekt hij het fenomeen van stuifduinen en zandverstuiving, èn de eeuwenlange bestrijding ervan. Hij gaat op zoek naar de restanten van het cultuurlandschap en historische akkerwallen.
Door verschillende bebossingsinitiatieven in de 19e eeuw verdween geleidelijk aan een belangrijk deel van de heidegronden. Het doel was om via naaldbossen gordels van windschermen aan te leggen om het natuurfenomeen van zandverstuivingen eindelijk een halt toe te roepen. De auteur vertelt dat de Lommelaar sinds mensenheugenis geplaagd was door ‘vliegende zandbergen’. Hij gaat dieper in op de problematiek van de stuifzandvlaktes.
Houtkanten, takkenwallen en houtwallen vormden gedurende lange tijd de fysieke grenzen van een landschap vóórdat het kadaster werd opgericht. Het zijn natuur-en cultuurmonumenten en bepalen de identiteit van het landschap en haar erfgoed. Ze hebben zowel een ecologische- als een economische waarde. Samen met Regionaal Landschap Lage Kempen voeren de gemeenten Bocholt, Ham, Hamont-Achel, Helchteren, Hechtel-Eksel en Peer houtkant-beheerwerken uit door nieuwe houtkanten aan te leggen en bestaande te onderhouden. De auteur besteedt veel aandacht aan het aanschouwelijk voorstellen ervan door middel van veel foto’s en kaarten die de indeling tonen van de percelen met wegjes en aanplantingen.
Heel leerrijk is het hoofdstuk over ‘De Grote Watering’. Het zijn de Lommelse vloeiweiden en haar historisch gegroeide cultuurlandschappen. In 2023 zijn ze erkend door UNESCO als ‘Internationaal cultureel erfgoed’. Met dank aan de jarenlange inspanningen van de Noord-Limburgse Wielewaal‑afdelingen en Natuurpunt Noord-Limburg.
De benoeming van het natuurlijk landschap met de woorden bos, heide en hout komen voor in heel wat Limburgse plaatsnamen en natuurgebieden zoals Boseinde, Hobos, Meerhout, Wijshagen en Lobos.
In het laatste hoofdstuk vertelt de auteur over een breed scala van Lommelse dialectwoorden voor ‘bos en groen’. Voorbeelden hiervan zijn ‘rus’ (afgestoken gras- of heidezode), kriekenbós (sleedoornstruik) en hèèj (heide). Dit werk is een terdege studie van de evolutie van het landschap. Telkens geïllustreerd met een foto van de huidige toestand èn een kaart met het oorspronkelijk gebruik ervan. Het is een mooi, verzorgd boek met talrijke foto’s, (pré)kadastrale plannen en topografische kaarten.
Eerder verscheen van Vic Mennen: ‘Van Gennep tot Geistingen’ en ‘Alle wegen leiden naar Lommel’.
Ondertitel: "Landschapshistorisch en naamkundig onderzoek van bomen,
hakhout en openbaar groen".