De Habsburgse Maria Theresia van Oostenrijk was gedurende twintig jaar keizerin van het Heilige Roomse Rijk. Samen met haar man, Frans I, hertog van Lotharingen kreeg ze maar liefst zestien kinderen, waarvan zeven dochters die de volwassen leeftijd bereikten. Dit boek gaat dieper in op de huwelijkspolitiek om de dochters ‘aan de man’ te brengen. Met als doel de Habsburgse dynastie èn het Heilige Roomse rijk te versterken. Het Rijk omvatte in zijn grootste omvang zowat heel Centraal Europa. Het bestond onder andere uit hertogdommen, graafschappen, prinsbisdommen en vrije steden, die allen aangestuurd werden door de centrale macht in Wenen.
De zeven zussen werden, in de gevoerde huwelijkspolitiek, ingezet via huwelijken binnen de vorstenhuizen van Europa. Marie Christine, Amalia, Carolina en Antonia, deze laatste is beter bekend als Marie Antoinette, echtgenote van Lodewijk XVI van Frankrijk, werden als pionnen op de kaart van Europa geplaatst. Via de huwelijken werden de banden versterkt met gebieden in het huidige Duitsland, Italië en Frankrijk. Door haar minder goede gezondheid bleef de oudste dochter, Maria Anna ongehuwd. Twee andere dochters, Elisabeth en Josepha stierven aan de pokken, een besmettelijke virusziekte die decennia lang veel slachtoffers maakte.
De auteur tracht aan de hand van geraadpleegde bronnen de levensverhalen van deze vrouwen te reconstrueren. De bewaarde uitgebreide briefwisselingen tussen de zussen onderling, met hun moeder en met andere familieleden, geven een idee van het familieleven dat zich voornamelijk afspeelde in de paleizen Hofburg en Schönbrunn in Wenen. De brieven bevatten informatie over de gevoerde diplomatie, de hofetiquette, de talrijke familiale gebeurtenissen en het dagelijks leven.
Zowel de zonen als de dochters kregen dagelijks onderwijs in verschillende vakken zoals geschiedenis, vreemde talen en schilderkunst. Marie-Christine stond bekend om haar schilderkunst. Borduren was ook één van de dagelijkse bezigheden van de zeven zussen. Opvallend hierbij was het borduren van liturgische gewaden. Deze moesten, tijdens hun respectievelijke requiemmissen, gedragen worden door de priesters die in de eucharistie voorgingen. Het was een onderdeel van de Habsburgse begrafenistraditie. Interessant om weten is dat alle eerstgeboren kleindochters allemaal de naam droegen van hun oma, Maria Thérèse, én dat haar achterkleindochter, Marie-Louise, uitgehuwelijkt werd met Napoleon. Net zoals hun moeder hadden Carolina en Amalia een talrijk gezin van respectievelijk achttien en vijftien kinderen.
Veronica Buckley schetst met dit boek een boeiend familieportret over het beroemdste Habsburgse gezin uit de achttiende eeuw. De auteur werd geboren in Nieuw-Zeeland, maar woont permanent in Wenen. Ze schreef eerder het boek ‘Christina, koningin van Zweden’. Leuk om weten: de auteur draagt haar boek op aan haar eigen zes zussen.
Ondertitel: "Een roemrucht vorstenhuis in revolutionair Europa".