De schildersnaam Van Hemessen klonk in het Antwerpen van de zestiende eeuw als een klok. Vader Jan, een bekende renaissanceschilder, werkte samen in het familieatelier met vier van zijn kinderen. Van kinds af aan volgden ze thuis een opleiding tot schilder. Met hun artistieke vader als leermeester.
De nadruk van deze uitgave ligt bij vader Jan en dochter Catharina als artistieke pioniers van hun tijd. Vader Van Hemessen wordt gezien als een overgangsfiguur tussen, de vermoedelijk uit Leuven afkomstige Quinten Massijs, en de vermoedelijk in Grote Brogel geboren, Pieter Bruegel de Oude. Wie de kleine lettertjes leest, weet dat er vandaag de dag, nog nazaten zijn van deze familie Van Hemessen.
Catharina Van Hemessen, op wie de focus van dit boek ligt, specialiseerde zich in portretten van welgestelde, meestal vrouwelijke, burgers. Als zelfbewuste jongedame signeerde ze haar werken, op dezelfde manier zoals haar vader het gewoon was te doen. Op haar gesigneerde schilderijen penseelde ze met vaste hand in het Latijn: CATHERINA DE HEMESSEN PINXIT 1548. Vrij vertaald schreef ze: Catharina Van Hemessen schilderde dit in 1548. Het is in dit jaar, 1548, dat Catharina haar zelfportret schilderde. Ze deed dit niet alleen als eerste Antwerpse kunstenaar, maar ook als eerste Europese kunstenaar én eerste vrouwelijke Europese kunstenaar. Van een hattrick gesproken! Een schildershattrick wel te verstaan. Haar carrière nam zulk een grote vlucht, waardoor ze werd opgenomen in de Sint-Lucasgilde van Antwerpen. Hierdoor kreeg ze het recht om zelf les te mogen geven.
Het werk van Catharina Van Hemessen verdient nog meer aandacht. Waarom niet in een aparte uitgave? Misschien dat Karolien De Clippel deze uitdaging aangaat. Als vervolg op haar monografische studie, uit 1998, over een ‘uytnemende wel geschickte vrouwe in de conste der schilderyen’.
Dit is een bijzonder mooi én leerrijk boek. Voor kunstliefhebbers en kunstkenners.
2.16.1.2