In de 16e eeuw bestonden de Lage Landen uit een lappendeken van prinsbisdommen, graafschappen, hertogdommen en vele heerlijkheden. Het rechtsapparaat van deze gebieden werden bestuurd door de respectievelijke vorsten. Historica Isabel Casteels bestudeerde de scheur in de katholieke eenheid, de katholieken en protestanten die lijnrecht tegenover mekaar staan en de Beeldenstorm. Ze onderzocht aan de hand van kronieken de 16e‑eeuwse opstanden en terechtstellingen. In dit boek bekijkt ze de misdaad vanuit verschillende invalshoeken zijnde de rechtbank, de beul, de veroordeelde en het publiek.
Op basis van fragmenten uit de egodocumenten krijgt de lezer een idee van de waarnemingen en de beleving van de kroniekschrijvers. Soms laat de auteur bepaalde citaten in het Oud Nederlands staan, omdat de originele teksten sprekender zijn dan de hertalingen in het hedendaags Nederlands. Het leuke is dat in oude teksten eerder spreektaal gebruikt wordt. En dus meer dialectwoorden genoteerd zijn zoals bij kapelaan Christiaan Munters uit Kuringen bij Hasselt, Marcus van Vaernewijck uit Gent en Godevaert van Haecht uit Antwerpen. De andere kroniekschrijvers woonden in Ieper, Middelburg, Rijsel, Brussel, Doornik en Haarlem. Achteraan in het boek is er een beschrijving van de kroniekschrijvers, een tijdlijn en een zeer uitgebreide bibliografie.
Openbare strafvoltrekkingen dienden als voorbeeld en waren een afschrikmiddel als men zich niet aan de regels hield. In dit werk staan de toeschouwers centraal. Het zijn de kroniekschrijvers die noteerden over het al dan niet goede verloop. Ze maakten deel uit van het publiek op het marktplein of op het galgenveld. Door het neerschrijven van deze gebeurtenissen, en dankzij het onderzoek van Isabel Casteels, kunnen we ons nu een idee vormen hoe het er aan toe ging in de 16e-eeuwse Nederlanden.
Ondertitel: "Opstanden en executies in de Nederlanden".